
Als je als blokarters de ijzers onderbindt om over het ijs te razen, dien je je bewust te zijn van de risico’s die dat ijs met zich meebrengt.
Achtereenvolgens enkele regels en ervaringen over het ijs zelf, door het ijs zakken of in een wak raken, en onderkoeling. Afgesloten wordt met enkele gouden regels.
1. het ijs
Want wat een solide ijsvloer lijkt te zijn, heeft altijd zwakke plekken. Die ontstaan bij het dichtvriezen (bijvoorbeeld door wind) of later (door stroming onder het ijs of door gasvorming). Of onder sneeuw, want sneeuw werkt als een isolerende laag en het ijs eronder is altijd dunner.
Vooraf controleren of het ijs voldoende dik is, is absoluut noodzakelijk. Gaatje boren, meten (6 cm is wel het minimum) en dat herhalen op verschillende plaatsen. En dan, al zeilend, niet in één keer enorme afstanden afleggen, maar door het maken van steeds grotere cirkels, elke keer een extra stuk verkennen. Het is aan te bevelen dit nooit alleen te doen, maar altijd met 2 of meer zodat er hulp is als er iets mis gaat.
Deze controle moet elke dag weer opnieuw worden uitgevoerd want gedurende de nacht en vroege ochtend kunnen er allerlei veranderingen zijn ontstaan: door de wind, door gas, door stroming, door vogels.
2. er doorheen of in een wak
Als je in het water raakt is het erg belangrijk om te weten wat er dan gebeurt: altijd onverwacht, je hebt je er dus niet op voorbereid!
Zonder beschermende, isolerende kleding aan, raak je makkelijk door de plotselinge afkoeling -en schrik -, in een shock. Het is daarom van belang dat je op één of ander manier drijfvermogen hebt. Hetzij een zwemvest, hetzij een “overlevingspak”. Die zijn er in alle vormen en maten, met drijfvermogen èn isolatie.
Daarnaast is het essentieel dat je prikkers bij je hebt. Dat zijn handvaten met een ijzeren pin, (blijven drijven), en je draagt ze om je nek. Met die prikkers in beide handen kun je je -op je buik- weer op het ijs trekken. Altijd in de richting van waar je kwam, daar was het ijs immers dik genoeg.
Een blokart kent geen drijfvermogen en zal onmiddellijk zinken. Zorg dus dat je er niet aan vast zit of verstrikt raakt in lijntjes of beugels. En, als je je blokart later weer wilt terugvinden, zorg voor een markering in de vorm van een willetje oid (aan een lijntje)
3. onderkoeling
Het water is echt koud. Zonder isolerende kleding aan komen de eerste onderkoelings-verschijnselen na 4 minuten: tragere acties, gelatenheid, rust, niet meer goed kunnen focussen. Met een goed pak aan heb je 15-20 minuten voordat er onderkoeling optreedt. Door in de embryo-houding te gaan liggen, houd je de warmte het langste vast, met veel spartelen en zwemmen, koel je sneller af.
Als je er later uit bent gekomen (of bent geholpen) dient de opwarming langzaam te gebeuren, anders raak je alsnog in een shock. Droge kleren aan en op kamertemperatuur weer op adem komen is het beste.
4.Gouden regels
- Zeil nooit met een gordel om (om snel uit de Blokart te komen).
- Zorg ervoor dat op diepere wateren je Blokart blijft drijven ( stootwil / luchtzak)
- Check het ijs vooraf
- Ga nooit alleen het ijs op, of zorg tenminste voor iemand aan de wal
- Vertel aan anderen wat je gaat doen, welke route je neemt en hoe lang dat ongeveer gaat duren.
- Neem ALTIJD ijsprikkers mee (kan levens redden).

Diverse ijsprikkers ( ook zelf te maken. zie afbeelding rechts)
- Doe isolerende kleding aan als je het ijs op gaat (overlevingspak)
106
- Neem een life-line mee: die werp je naar een ander, die te water is geraakt.
- Draag een (ski-)bril: Bedenk ook dat het zicht in de kou minder kan zijn (tranende ogen, mist) en het onderscheid tussen ijs en water lastig te maken is. Er zijn voorbeelden van ijszeilers die pardoes in een wak zeilden, domweg omdat ze het niet zagen!
- Verzamel informatie over de plek waar je gaat zeilen. Vraag anderen die bekend zijn met water en ijs over stromingen, waar de wakken ontstaan etc.